EUROPEES ARRESTATIEBEVEL PDF

Hoofdstuk 1: Algemene beginselen Artikel 1 - Onderwerp De wederzijdse erkenning van gerechtelijke beslissingen vormt de grondslag van het kaderbesluit. Krachtens dit beginsel moet een in een van de lidstaten uitgevaardigd Europees arrestatiebevel overeenkomstig de bepalingen van het kaderbesluit op het gehele grondgebied van de Unie ten uitvoer worden gelegd. Artikel 2 - Toepassingsgebied Een Europees arrestatiebevel kan zowel worden uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een definitief vonnis als in de fase die aan de uitspraak van het vonnis voorafgaat. Het toepassingsgebied van het kaderbesluit verschilt weinig van dat van het Europees Uitleveringsverdrag van Het is overigens niet vereist dat de nationale autoriteit voorafgaandelijk formeel een nationaal aanhoudingsbevel uitvaardigt, maar dit blijft wel mogelijk. De vroegere praktijk terzake, die bevredigend lijkt, kan worden gehandhaafd.

Author:Kajikazahn Gogul
Country:Germany
Language:English (Spanish)
Genre:Literature
Published (Last):15 April 2005
Pages:276
PDF File Size:19.1 Mb
ePub File Size:3.81 Mb
ISBN:692-1-88249-696-4
Downloads:95494
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Moogutilar



Hoofdstuk 1: Algemene beginselen Artikel 1 - Onderwerp De wederzijdse erkenning van gerechtelijke beslissingen vormt de grondslag van het kaderbesluit. Krachtens dit beginsel moet een in een van de lidstaten uitgevaardigd Europees arrestatiebevel overeenkomstig de bepalingen van het kaderbesluit op het gehele grondgebied van de Unie ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 2 - Toepassingsgebied Een Europees arrestatiebevel kan zowel worden uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een definitief vonnis als in de fase die aan de uitspraak van het vonnis voorafgaat.

Het toepassingsgebied van het kaderbesluit verschilt weinig van dat van het Europees Uitleveringsverdrag van Het is overigens niet vereist dat de nationale autoriteit voorafgaandelijk formeel een nationaal aanhoudingsbevel uitvaardigt, maar dit blijft wel mogelijk. De vroegere praktijk terzake, die bevredigend lijkt, kan worden gehandhaafd.

Omdat het beginsel van dubbele strafbaarstelling wordt opgeheven, is het echter niet noodzakelijk een minimum te stellen aan de in de uitvoerende lidstaat op het betrokken feit gestelde straf. Het Europees arrestatiebevel moet ten uitvoer worden gelegd, ongeacht de duur van de straf die in de uitvoerende lidstaat zou kunnen worden opgelegd. De toepassing van dit beginsel verklaart waarom niet wordt verwezen naar de in artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst van bedoelde situatie.

Ter beoordeling van de minimumduur van de opgelegde straf die voor de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel vereist is, worden bij verstek genomen beslissingen met definitieve beslissingen gelijkgesteld, zoals dit reeds onder vigeur van het Verdrag van het geval was zie het toelichtend rapport bij dit Verdrag.

Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van vonnissen waarbij straffen van meer dan vier maanden worden opgelegd, voorzag het stelsel van het Verdrag van echter in een cumulatieve voorwaarde inzake de op hetzelfde feit gestelde wettelijke maximumstraf. Deze voorwaarde is hier opgeheven, omdat de beslissing als zodanig wordt erkend; de op het betrokken feit gestelde straf vormt geen pertinent element meer, zodra het vonnis is uitgesproken. De in artikel 2, lid 2, van het Uitleveringsverdrag van bedoelde situatie kan zich ook niet meer voordoen omdat, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 41 van het kaderbesluit, het specialiteitsbeginsel is opgeheven.

Bepaalde lidstaten zoals de landen van de Benelux en de noordse staten hebben onderling overeenkomsten gesloten waarbij het toepassingsgebied van het uitleveringsstelsel tot beneden de in het Verdrag van vastgestelde minima is uitgebreid.

Zij zullen moeten beslissen of zij in deze gevallen het beginsel van de uitlevering handhaven, dan wel er genoegen mee nemen het toepassingsgebied van het stelsel van het Europees arrestatiebevel in hun onderlinge betrekkingen uit te breiden. Artikel 3 - Definities a Het Europees arrestatiebevel geldt als een verzoek om opsporing, aanhouding, inhechtenisneming en overlevering van de betrokkene aan de gerechtelijke autoriteit van de verzoekende lidstaat.

In het vroegere stelsel, onder vigeur van het Verdrag van , zoals met name bij de Schengenuitvoeringsovereenkomst ten uitvoer gelegd, vormden het verzoek om voorlopige aanhouding en het verzoek om uitlevering twee onderscheiden fasen van de procedure.

Op grond van het beginsel van wederzijdse erkenning van gerechtelijke beslissingen dient geen onderscheid meer tussen deze twee fasen te worden gemaakt.

Behalve dat het de klassieke kenmerken van een aanhoudingsbevel bezit opsporing, aanhouding, voorlopige hechtenis , geldt het Europees arrestatiebevel ook als een verzoek om overlevering aan de autoriteiten van de verzoekende lidstaat. Er zij evenwel op gewezen dat de vier verplichtingen van de lidstaat die het Europees arrestatiebevel ten uitvoer legt, niet dezelfde rechtskracht hebben.

Het in hechtenis houden van de gezochte persoon daarentegen vereist een specifieke beslissing van een gerechtelijke autoriteit artikel Behalve in geval van instemming van de betrokkene zal bovendien een rechter zich dienen uit te spreken over zijn of haar overlevering aan de gerechtelijke autoriteit die het arrestatiebevel heeft uitgevaardigd.

De betrekkingen van staat tot staat worden dus grotendeels vervangen door betrekkingen van gerechtelijke autoriteit tot gerechtelijke autoriteit. De verzoekende gerechtelijke autoriteit zal die gerechtelijke autoriteit zijn welke krachtens het procesrecht van de betrokken lidstaat bevoegd is om het Europees arrestatiebevel uit te vaardigen artikel 4.

Het zal volgens de in de betrokken lidstaat geldende procedure ofwel om de vervolgende autoriteit het openbaar ministerie ofwel om de rechter gaan. Het moet echter steeds gaan om die autoriteit welke beslist het arrestatiebevel ten uitvoer te leggen. Hoewel artikel 5 de lidstaten toestaat in een aantal gevallen bevoegdheid te verlenen aan een centrale autoriteit, valt deze niet onder deze definitie. Ze houdt rekening met de jurisprudentie terzake van het Europees Hof voor de rechten van de mens.

Verstekvonnissen zijn die vonnissen waartegen verzet kan worden gedaan, zodat de betrokkene in zijn of haar aanwezigheid opnieuw wordt berecht. Worden daarentegen niet als bij verstek genomen beslissingen beschouwd de beslissingen, genomen ten aanzien van een persoon die daadwerkelijk is opgeroepen om ter terechtzitting te verschijnen binnen de gewone termijnen die gelden krachtens de wetgeving van de lidstaat waar de beslissing is genomen, en die zich bewust aan zijn of haar verplichting tot verschijning heeft onttrokken, zonder zich te laten vertegenwoordigen en zonder dat zijn of haar afwezigheid is te wijten aan een oorzaak buiten zijn of haar macht.

Artikel 4 - Bevoegde gerechtelijke autoriteiten De gerechtelijke autoriteit die bevoegd is om een Europees arrestatiebevel uit te vaardigen, wordt overeenkomstig de interne wetgeving van de lidstaten aangewezen. De lidstaten kunnen de beslissing toevertrouwen hetzij aan dezelfde autoriteit die het vonnis heeft gewezen of de beslissing heeft genomen, bedoeld in artikel 2, hetzij aan een andere gerechtelijke autoriteit. Hetzelfde geldt voor de autoriteit die bevoegd is tot tenuitvoerlegging van het Europees arrestatiebevel.

Er zij op gewezen dat de in artikel 4 bedoelde autoriteit die is welke, behalve wat betreft de punten die in voorkomend geval tot het ressort van de centrale autoriteit behoren artikel 5 , bevoegd is om te beslissen over de geldigheid en de tenuitvoerlegging van het Europees arrestatiebevel en dus over de overlevering van de betrokkene aan de gerechtelijke autoriteiten van de andere lidstaat. De politieke en administratieve fase, kenmerkend voor de uitlevering, valt weg.

Omdat het een praktische bepaling betreft die tot doel heeft de overdracht van informatie tussen de lidstaten te vergemakkelijken, dient het bestaande stelsel te worden gehandhaafd. De rol van de centrale autoriteiten moet erin bestaan de verspreiding en de tenuitvoerlegging van Europese arrestatiebevelen te vergemakkelijken.

Ze moeten met name voor vertalingen zorgen en administratieve ondersteuning verlenen bij de tenuitvoerlegging van de arrestatiebevelen. Volgens de voorgestelde tekst behoort het nemen van de beslissing over de geldigheid van het Europees arrestatiebevel en over het beginsel van de tenuitvoerlegging ervan tot de bevoegdheid van de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat waar de betrokkene wordt aangehouden.

De lidstaten kunnen echter bepalen dat met betrekking tot een aantal limitatief opgesomde aangelegenheden een centrale administratieve autoriteit tussenbeide kan komen, bijvoorbeeld omdat krachtens het recht van de betrokken lidstaat dit soort beslissing tot de bevoegdheid van een administratieve autoriteit behoort.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de beslissing dat de betrokkene immuniteit geniet artikel 31 , voor de beslissing dat er dringende humanitaire redenen bestaan die uitstel van de tenuitvoerlegging van het arrestatiebevel rechtvaardigen artikel 38 , en voor de beoordeling van de door een andere lidstaat gegeven waarborgen dat geen levenslange gevangenisstraf zal worden opgelegd artikel Wanneer een lidstaat van deze mogelijkheid gebruik maakt, zal hij de betrekkingen tussen de gerechtelijke autoriteit die bevoegd is om de beslissing te nemen, en de centrale autoriteit moeten regelen, enerzijds opdat eerstgenoemde autoriteit bij het nemen van haar beslissing rekening zou kunnen houden met het standpunt van de centrale autoriteit en anderzijds opdat erop kan worden toegezien dat de totale termijn van 90 dagen in acht wordt genomen.

Bovendien zal de regeling zo moeten zijn opgezet dat de centrale autoriteit bij het nemen van haar beslissing op de hoogte is van de argumenten van de gezochte persoon. Artikel 6 - Inhoud van het Europees arrestatiebevel De lijst van de in het Europees arrestatiebevel te vermelden gegevens komt grotendeels overeen met de lijst in artikel 95 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

Hieraan zijn de volgende gegevens toegevoegd: - de duur van de opgelegde straf indien het om een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis gaat, of de op het betrokken feit gestelde straf indien het om een aan de berechting voorafgaande beslissing gaat; - indien het om een verstekvonnis gaat, gegevens betreffende het recht van verzet en de terzake toepasselijke procedure; - de vermelding dat de betrokkene ter zake van hetzelfde feit in vrijheid is gelaten onder de voorwaarde zich ter beschikking van het gerecht te stellen, of in voorkomend geval de vermelding dat de betrokkene uit een strafinrichting is ontsnapt.

Deze laatste voorwaarde is belangrijk, omdat ze tot een verschil in de procedure van tenuitvoerlegging van het Europees arrestatiebevel leidt. Indien de betrokkene vooraf voorwaardelijk in vrijheid is gesteld, zal het Europees arrestatiebevel immers in beginsel, onder voorbehoud van de beoordeling door de uitvoerende gerechtelijke autoriteit artikel 17 , volgens een vereenvoudigde procedure ten uitvoer worden gelegd, zonder dat de instemming van de betrokkene behoeft te worden verkregen.

Deze rubriek van het Europees arrestatiebevel dient bijgevolg zorgvuldig te worden ingevuld. Dit kan gebeuren in verschillende stadia van de procedure: hetzij meteen bij het begin, hetzij wanneer de verzoekende gerechtelijke autoriteit toepassing maakt van artikel 13, lid 3 opschorting van de tenuitvoerlegging van het Europees arrestatiebevel onder de voorwaarde dat de betrokkene zich ter beschikking van het gerecht stelt , hetzij wanneer de betrokkene, na op grond van hetzelfde arrestatiebevel te zijn aangehouden, in vrijheid wordt gelaten door de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat waar de aanhouding heeft plaatsgevonden artikel 14 , maar zich aan de verplichting om zich ter beschikking van het gerecht te stellen onttrekt.

In deze laatste twee gevallen zal de verzoekende gerechtelijke autoriteit het arrestatiebevel dienen aan te vullen. De toezending van deze gegevens geldt als een opdracht tot opsporing, aanhouding, inhechtenisneming en overlevering van de betrokkene aan de gerechtelijke autoriteiten die de beslissing hebben genomen op grond waarvan het Europees arrestatiebevel is uitgevaardigd.

De in het arrestatiebevel vermelde gegevens moeten in beginsel voor de gerechtelijke autoriteiten van de plaats van de aanhouding toereikend zijn om dit arrestatiebevel ten uitvoer te leggen zonder dat er, behoudens in uitzonderlijke gevallen, voor de uitvoerende lidstaat aanleiding bestaat om de overlegging van andere stukken te vragen.

Afdeling 1 - Algemeen Artikel 7 - Communicatie tussen autoriteiten Het beginsel, overgenomen uit de Overeenkomst van 29 mei betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, is dat het Europees arrestatiebevel door de ene gerechtelijke autoriteit direct aan de andere gerechtelijke autoriteit wordt toegezonden.

De toepassing van dit beginsel onderstelt vanzelfsprekend dat de autoriteit die het arrestatiebevel uitvaardigt, weet waar de gezochte persoon in de andere lidstaat verblijft. Zoals in het Rechtshulpverdrag van de Unie artikel 6 kunnen de lidstaten bepalen dat in sommige gevallen de procedure via een centrale autoriteit moet verlopen.

Afdeling 2 - Gebruik van het Schengeninformatiesysteem Artikel 8 - Signalering Wanneer niet bekend is waar de gezochte persoon verblijft, vindt de regeling van de Schengenuitvoeringsovereenkomst toepassing.

De desbetreffende bepalingen van het kaderbesluit treden in de plaats van het bepaalde in artikel 95, leden 1 en 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

De inhoud van de door de bevoegde nationale autoriteiten SIRENE-bureaus te verspreiden aanvullende gegevens wordt gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de inhoud van het Europees arrestatiebevel artikel 6.

De verspreiding geschiedt zoals voorheen op de wijze voorgeschreven door de Schengenprocedure. In dit stadium moet de klemtoon worden gelegd op de eerbiediging van de vertrouwelijkheid bij de toezending van deze gegevens. Artikel 9 - Markering Het bepaalde in artikel 95, leden 3, 4, 5 en 6, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst komt te vervallen. Het bepaalde in artikel 94, lid 4, moet als vervallen worden beschouwd wat de toepassing daarvan in het geval van een Europees arrestatiebevel betreft.

In het kaderbesluit wordt immers de tenuitvoerlegging van het Europees arrestatiebevel op het gehele grondgebied van de Unie als beginsel gesteld. Slechts in een beperkt aantal gevallen zal tenuitvoerlegging kunnen worden geweigerd. Wanneer een Europees arrestatiebevel is uitgevaardigd, zullen in principe enkel de gevallen bedoeld in artikel 27 uitzonderlijke wedertoepassing van het beginsel van dubbele strafbaarstelling door middel van een negatieve lijst , artikel 28 uitoefening van extraterritoriale bevoegdheid , artikel 30 amnestie in de uitvoerende lidstaat en artikel 31 immuniteit van de betrokkene in de uitvoerende lidstaat van het kaderbesluit aanleiding kunnen geven tot markering door een lidstaat.

Die markering zal tot gevolg hebben dat de lidstaat die ze doet aanbrengen, weigert op zijn grondgebied over te gaan tot aanhouding van de persoon op wie het Europees arrestatiebevel betrekking heeft. Dit zal ook het geval zijn wanneer de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat waar de aanhouding plaatsvindt, overeenkomstig artikel 14 beslist de betrokkene in afwachting van zijn of haar overlevering aan de gerechtelijke autoriteiten van de verzoekende lidstaat voorlopig in vrijheid te stellen, teneinde een nieuwe aanhouding op hetzelfde grondgebied te vermijden, of wanneer de verzoekende gerechtelijke autoriteit het arrestatiebevel opschort artikel 13, lid 3.

In deze gevallen zal enerzijds de lidstaat die de markering doet aanbrengen, de verzoekende lidstaat van deze maatregel in kennis moeten stellen en zullen anderzijds in geval van controle op het grondgebied van deze lidstaat gegevens betreffende de plaats waar de betrokkene zich bevindt, moeten worden verstrekt aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het Europees arrestatiebevel heeft uitgevaardigd.

Deze laatste verplichting is overgenomen uit artikel 95, lid 5, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst Wat de termijnen voor opneming van het Europees arrestatiebevel in het Schengensysteem betreft, leidt de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning tot omkering van de regel in vergelijking met wat thans in artikel 95, leden 3, 4 en 6, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is bepaald. Het beginsel moet nu immers de verspreiding zijn. De signalering ter fine van niet-aanhouding zal later in het systeem kunnen worden opgenomen, maar de termijn voor uitstel van de verspreiding van het Europees arrestatiebevel in afwachting van het onderzoek naar de conformiteit daarvan met de nationale wetgeving wordt afgeschaft.

Afdeling 3 - Aanhouding en inhechtenisneming Artikel 10 - Dwangmaatregelen Op dit punt verandert het kaderbesluit niets aan de huidige situatie. Met betrekking tot de dwangmaatregelen die ten aanzien van de aangehouden persoon worden getroffen, is de wetgeving van de uitvoerende lidstaat van toepassing, onder voorbehoud van het in verband met het Europees arrestatiebevel gewaarborgde recht op bijstand van een advocaat en een tolk zie de toelichting bij artikel 11, lid 2, hieronder.

Volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens moeten die dwangmaatregelen noodzakelijk en redelijk zijn.

Aangezien het Europees arrestatiebevel als een opdracht tot inhechtenisneming geldt, moet de betrokkene in hechtenis worden gehouden totdat de gerechtelijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat zich overeenkomstig de nationale wetgeving over zijn of haar situatie uitspreekt artikel De lidstaten zullen echter in hun nationale wetgeving dienen te regelen welke controles van toepassing zijn gedurende de periode tussen de fysieke aanhouding van de betrokkene en zijn of haar voorgeleiding voor de gerechtelijke autoriteiten van de uitvoerende lidstaat.

Op dit punt is de situatie dezelfde als onder het huidige uitleveringsstelsel. Artikel 11 - Rechten van de gezochte persoon In het kaderbesluit wordt het onderscheid overgenomen dat in de Overeenkomsten van de Europese Unie van en wordt gemaakt tussen het geval waarin de betrokkene met zijn of haar overlevering aan de autoriteiten van de verzoekende lidstaat instemt, en het geval waarin de betrokkene die overlevering betwist.

Daarom moet de betrokkene onmiddellijk na zijn of haar aanhouding op grond van een Europees arrestatiebevel in de gelegenheid worden gesteld van de inhoud daarvan kennis te nemen en in voorkomend geval met zijn of haar overlevering aan de verzoekende gerechtelijke autoriteit in te stemmen. De tekst van dit artikel is overgenomen uit de Overeenkomst van artikel 6. Zodra de betrokkene is aangehouden, heeft hij of zij het recht een beroep te doen op de diensten van een advocaat en indien nodig van een tolk.

Het betreft hier een belangrijke waarborg voor de bescherming van de rechten van het individu, gegarandeerd door het feit dat een persoon die wordt aangehouden in een omgeving waarmee hij of zij, wat het recht en soms ook wat de taal betreft, niet vertrouwd is en die naar een andere lidstaat zal worden overgebracht, vanaf het allervroegste begin van de procedure door een advocaat moet worden bijgestaan.

Het gaat om een waarborg die aan het Europees arrestatiebevel zal zodanig verbonden is en die los staat van de procedure die in geval van aanhouding op grond van een nationaal aanhoudingsbevel in de betrokken lidstaat van toepassing is zie hierboven.

Artikel 12 - Kennisgeving aan de gerechtelijke autoriteiten De gerechtelijke autoriteiten dienen onmiddellijk van de aanhouding op de hoogte te worden gebracht. De gerechtelijke autoriteiten van de uitvoerende lidstaat worden ingelicht volgens de toepasselijke nationale procedure. Aan de gerechtelijke autoriteiten van de verzoekende lidstaat wordt kennisgeving van de aanhouding gedaan hetzij door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar die aanhouding heeft plaatsgevonden, hetzij door de in artikel 5 bedoelde centrale autoriteit of autoriteiten.

Artikel 13 - Verificatie en opschorting van het Europees arrestatiebevel Om veiligheidsredenen dient het Europees arrestatiebevel steeds onmiddellijk op zijn geldigheid te worden getoetst door de verzoekende gerechtelijke autoriteiten of door de centrale autoriteit van de verzoekende lidstaat. Deze toetsing is temeer noodzakelijk omdat de verzoekende lidstaat later geen verzoek om overlevering meer kan doen, aangezien een dergelijk verzoek per definitie in het Europees arrestatiebevel zelf besloten ligt.

Indien het arrestatiebevel niet wordt gehandhaafd, wordt de betrokkene onmiddellijk vrijgelaten, tenzij ten aanzien van hem of haar een andere procedure is ingeleid. De verzoekende gerechtelijke autoriteit kan beslissen de tenuitvoerlegging van het Europees arrestatiebevel op te schorten, mits de aangehouden persoon zich ertoe verbindt zich op een vastgestelde plaats en een vastgesteld tijdstip vrijwillig ter beschikking van het gerecht te stellen.

Zij kan ook bijkomende waarborgen eisen of bepaalde voorwaarden aan haar instemming verbinden, bijvoorbeeld borgstelling. Van de verbintenis van de betrokkene om zich ter beschikking van het gerecht te stellen wordt akte genomen door de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat waar de aanhouding heeft plaatsgevonden, en kennisgeving gedaan aan de verzoekende gerechtelijke autoriteit.

Aan de betrokkene wordt meegedeeld wat de gevolgen kunnen zijn, indien hij of zij zich niet ter beschikking van het gerecht stelt. Wanneer het arrestatiebevel via het Schengeninformatiesysteem was verspreid, moet de verzoekende gerechtelijke autoriteit de informatie betreffende de opschorting in het SIS doen opnemen.

Indien de betrokkene zich zoals overeengekomen ter beschikking van het gerecht stelt, komt het Europees arrestatiebevel definitief te vervallen artikel In het tegengestelde geval moet de verzoekende gerechtelijke autoriteit signaleren dat de betrokkene zijn of haar verplichting niet is nagekomen; hierdoor wordt het arrestatiebevel opnieuw geldig. In dit geval wordt, indien de betrokkene opnieuw wordt aangehouden, de procedure van artikel 17 toegepast, die behoudens uitzonderingen in de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het arrestatiebevel voorziet, zelfs zonder instemming van de betrokkene en zonder dat deze wordt gehoord.

Artikel 14 - Voorlopige invrijheidstelling Vanaf het ogenblik waarop hij of zij wordt aangehouden tot het ogenblik waarop hij of zij aan de verzoekende autoriteiten wordt overgeleverd, staat de betrokkene onder de hoede van de uitvoerende lidstaat. De bevoegde gerechtelijke autoriteiten van deze lidstaat zullen zich volgens de procedure en binnen de termijnen van de nationale wetgeving erover moeten uitspreken of de betrokkene in hechtenis wordt gehouden.

CATALOGUE OPTEX PDF

EUR-Lex Access to European Union law

Text Doelmatigere uitleveringsprocedures: het Europees aanhoudingsbevel Iemand die een ernstige misdaad heeft gepleegd in het ene EU-land maar in een ander land woont, kan worden teruggestuurd naar het eerste land om daar snel met weinig administratieve lasten te worden berecht. Door dit kaderbesluit worden juridische procedures verbeterd en vereenvoudigd om mensen van een ander EU-land die een ernstige misdaad hebben gepleegd sneller terug te kunnen sturen. Elke nationale gerechtelijke autoriteit wordt verplicht met een minimum aan formaliteiten en binnen een bepaalde termijn verzoeken van gerechtelijke autoriteiten van een ander EU-land te erkennen en op te volgen. In een bevel staat het verzoek tot overdragen van een persoon zodat: strafvervolging kan worden uitgevoerd, deze persoon in hechtenis of bewaring kan worden gesteld. Het bevel is in de volgende gevallen van toepassing: misdrijven waarop een gevangenisstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel voor een maximum periode van ten minste een jaar staat; in gevallen waarin een definitieve tot vrijheidsbeneming strekkende straf is opgelegd of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel wegens opgelegde sancties met een duur van ten minste vier maanden. Evenredig gebruik van het bevel EU-landen moeten het volgende in overweging nemen waarbij deze lijst niet uitputtend is : de omstandigheden en de ernst van het misdrijf, de waarschijnlijke straf, andere, minder dwingende maatregelen.

JACK TROUT EL NUEVO POSICIONAMIENTO PDF

`Europees arrestatiebevel rammelt'

Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie. Maar de praktijk valt tegen. Lang niet alle regeringen werken mee. Vorige maand liep het arrestatiebevel, dat sinds kort in alle 25 EU-landen wordt toegepast, averij op in Duitsland. Het Constitutionele Hof achtte dit instrument deels in strijd met de grondwet.

ECHO BLUEHORNET COM STATIC CHUCKECHEESE 417684 AWARD PDF

Europees aanhoudingsbevel (EAB)

.

DOD DIRECTIVE 5000.1 PDF

Europees aanhoudingsbevel

.

Related Articles